De Noordrand is van iedereen

Vlaanderen en Brussel[1] schreven 'een proeve van' Territoriaal Ontwikkelingsplan (T.OP) voor de Noordrand. BRAL ziet in het plan veel kansen om de lucht- en leefkwaliteit van de bewoners van Brussel én de Rand een stuk te verbeteren.

Deze 'proeve van' stelt een visie en een hele reeks acties voor voor de Noordrand. Ze is nog tot en met 4 april in openbaar onderzoek. Na het openbaar onderzoek maken de betrokken administraties een selectie van de acties die ze effectief willen realiseren. Het helpt dus om je uit te spreken voor een bepaalde actie. Op die manier maakt ze meer kans dat ze er ook echt komt. Dit artikel geeft alvast een reeks aanbevelingen die je daarbij kunnen inspireren.

Oude angsten

Zeker wanneer het gaat om (ideeën voor) nieuwe woningen komen oude angsten boven. Zo schrijft de Vlaamse Volksbeweging op 8 februari : “De plannen komen neer op het verder uitsmeren van Brussel over grote stukken van Vlaams-Brabant en op een grootschalige verstedelijkingsoperatie in stukken die vandaag nog in groengebied of landbouwzone liggen”. Het gaat niet om een marginale mening, want de VVB wordt hierin gesteund door lokale verenigingen en politici en – niet onbelangrijk – de Vlaamse minister van Mobiliteit en de Rand. Geen goede punten dus voor een plan dat wil inzetten op een doordachte mobiliteit en eigenlijk juist de polarisering wil tegen gaan.

Om verder te kunnen is het dus belangrijk de angel uit dit plan te halen. En dat is de perceptie dat er groene en open ruimte wordt opgeofferd.  

Het klopt dat er aan die open ruimte in Vlaanderen – en ook in Brussel, niet te vergeten - lustig wordt geknabbeld. Maar gezien het feit  dat dit plan expliciet inzet op het versterken en met elkaar linken van de open en groene ruimte kan het T.OP net een kans zijn om aan dit ongecoördineerd geknabbel een einde te maken Dat de omgekeerde angst leeft, valt deels te verklaren door het feit dat het T.OP ook expliciet inzet op de uitdaging om ‘goede en betaalbare woningen aan te bieden’. De soms confronterende visualisaties hiervan doen de rest. Wat nu blijft hangen, is het beeld dat er een hoop nieuwe woningen komen in wat nu velden zijn. Combineer dat met de vrees voor het uitblijven van de noodzakelijke randvoorwaarden en je krijgt een no pasaran.

De perceptie leeft (onterecht) dat met dit plan groene en open ruimte zal worden opgeofferd.

De oplossing is dan ook eenvoudig: de betrokken administraties selecteren best geen acties die het bestaande groen of de open ruimte aantasten. Probleem opgelost. Acties die gaan voor een andere mobiliteit en/of een versterking van je groene en open ruimte dienen voorrang te krijgen. Daar liggen kansen voor het grijpen die de lucht-  en levenskwaliteit van alle randbewoners (de Vlaamse en de Brusselse) ten goede komen. En dit zonder al te veel communautair gehannes.

Handen vuil maken

De deugdelijkheid van dit T.OP zal uit de projecten moeten blijken. Per project zal er een projectregisseur moeten komen om alle actoren in kaart te brengen en op maat van de locatie een proces uit te stippelen om zo het overzicht te bewaren. Met aandacht voor betrokkenheid van onderuit. Hier zijn geen passe-partoutoplossingen voor en men zal telkens enige creativiteit aan de dag moeten leggen. Sowieso is het meestal complexer dan gedacht en duurt het langer dan gehoopt. Het begint al bij de terreinen waarvoor men plannen maakt. Die zijn meestal in handen van één of meerdere privéeigenaars. En die hebben meestal andere plannen of ze gaan voor de winst, niet voor een geïntegreerde planning. Tenzij ze kunnen overtuigd worden dat je plannen hen geen nadeel berokkenen en liefst een voordeel opleveren. Meer zichtbaarheid door de passage van een fietsroute of een ecologisch imago door de aanleg van een moeraszone bijvoorbeeld. Je krijgt ze dus best mee in je verhaal. Anders zal er creatief moeten worden omgesprongen met de bestaande trukendoos (verkavelen, onteigenen, …) of geëxperimenteerd worden met bij ons vrij nieuwe instrumenten zoals verhandelbare grondrechten, grondenbanken etc. Zo kan een eigenaar bijvoorbeeld overtuigd worden niet te bouwen op een ongelukkig gelegen stuk bouwgrond door hem het recht te geven in een stationsbuurt iets hoger te bouwen.

Als je wil dat de positieve zaken uit dit plan een kans maken, dan raden we je aan om, net zoals BRAL, dit aan de Vlaamse en Brusselse administratie te laten weten. Je hebt nog tijd tot 4 april.

Concrete acties

Als aanvulling op bovenstaande algemene aanbevelingen, geven we een zeer onvolledige lezing van concrete ideeën die voor twee van de vier bestudeerde deelgebieden naar voren worden geschoven. We focussen ons op wat we gerealiseerd willen zien. Het artikel in PDF als bijlage staat stil bij alle bestudeerde deelgebieden.

“Zenne, gedeelde vallei”

Hier is de overlap met Metropolitan Landscapes zeer groot. Dat is goed, want het maakt duidelijk dat er een consensus is over onderstaande punten. Ze krijgen ook de  volle steun van BRAL

  • Maak plaats voor water. Zowel het T.OP als Metropolitan Landscapes bieden prenten waarbij de Woluwe terug wordt opengelegd en er zich moerasgebieden vormen waarin ook regenwater wordt opgevangen.. En zo wordt er onmiddellijk met relatief weinig moeite waardevolle natuur gecreëerd.  Het herwaarderen van dit stukje Woluwe sluit ook aan op een groter plan van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) om de Woluwe in haar geheel te revaloriseren. Ook recreatief.  En ook hier stuiten we op de realiteit van een eigenaar die de meerwaarde moet inzien van zo groene en publieke passage door zijn domein. Maar deze actie is niet al te complex en heeft een grote meerwaarde. Niet twijfelen dus.
  • Naast de Woluwe zijn er in het deelgebied ook de Hollebeek én de Zenne zelf die meer aandacht verdienen. De bermen van de Zenne worden in Brussel trouwens ass we speak verprutst. Leefmilieu Brussel werkt gelukkig aan de herwaardering van een klein stukje Hollebeek. ’t Is een begin.

 

Ook op de Noord-Zuidas zijn er nog  mogelijkheden om de fietsinfrastructuur te verbeteren. Zo kan je langs de de spoorweg makkelijk een fietspad richting Vilvoorde Station aanleggen.

  • Algemeen, de Zenne en haar zijtakken kunnen in dit deelgebied een grote rol spelen in het uit te bouwen ecologische en recreatieve netwerk dat deze regio kan dooraderen. Los van hun belang voor de natuur, waterbeheer etc. zou dit een mooie aanvulling zijn op de productieve en logistieke activiteiten die er gelukkig nu nog zijn. Deze combinatie is geen bedreiging voor de aanwezige of toekomstige productieactiviteiten maar kan juist een troef zijn in het pleidooi voor het behoud ervan. En het kan bijdragen tot een betere bereikbaarheid van de aanwezige bedrijven.
  • De voorbereidende studie van dit deelgebied wijst terecht op het belang van de verschillende bronnen die er ontstaan doordat het geïnfiltreerde regenwater op een ondoordringbare kleilaag botst en naar boven borrelt langs de flanken van de Zennevallei. Hopelijk zorgt deze hernieuwde aandacht ervoor dat dit bronwater niet langer eenvoudigweg in de riool stroomt. Tip: vroeger werd er bier mee gebrouwen.
  • Maak werk van Oost-Westverbindigen. Zowat alle assen in het deelgebied zijn Noord-Zuid georiënteerd. Ze volgen dus min of meer het kanaal en de Zenne.  Het kanaal, de Zenne, wegen en de sporenbundels vormen een grote barrière. Een brug die het Meudonpark verbindt met het Moeraske krijgt al onze steun
  • Ook op de Noord-Zuidas zijn er nog  mogelijkheden om de fietsinfrastructuur te verbeteren. Zo kan je langs de de spoorweg makkelijk een fietspad richting Vilvoorde Station aanleggen.

 

De “Europese Boulevard”

  • “De Leopold 3- laan versmallen tot 2 x 1 rijstrook en de tram op die laan doortrekken tot aan de luchthaven” Vooral doen! Het zou bovendien gaan om een verlenging van de tram die technisch gesproken geen problemen oplevert. Een versmalling van de Leopold 3- laan maakt deze ineens oversteekbaar. En zo loopt het fijne fietspad in het Woluweveld niet langer dood op een stadsautostrade maar kent ze haar logische vervolg richting Haren aan de andere kant van de laan. Indien de versmalling er niet komt, dringt een fietsbrug zich op.
  • “Een echt mobiliteitsknooppunten maken waar de trein, de tram en het fietsnetwerk  samen komen aan Bordet”, ook daar kan niemand op tegen zijn. Hier zou kunnen aangetakt worden op ”publieke/groene/open ruimte, tewerkstellingspolen en stadsweefsel met woningen”. Die ruimte om op aan te takken, zien we voorlopig niet. Wel zijn er veel  bedrijven en kantoren die over een aanzienlijke oppervlakte grasperk beschikken met een groot hek er rond. Breek deze hekken af en je krijgt een aanzienlijke hoeveelheid groen dat je een upgrade kan geven en integreren in je stadsweefsel..

 

Het T.OP versmalt de Leopold 3-laan tot 2 x 1 rijstrook en trekt de tram door tot aan de luchthaven. BRAL is voor.  

  • Ook het station van Evere zou een echt mobiliteitsknooppunt worden. En zo komt de aanpalende Josaphat-site pal in het midden van de ‘Europese Boulevard’ te liggen. Deze boulevard verbindt de Europese instellingen met de luchthaven. Gelukkig is de overheid eigenaar van deze cruciale grondreserve zodat er weerstand kan geboden worden aan al te grote immo-druk en plaats bewaard kan worden voor publieke functies. Het T.OP voorziet onder meer een groen fietspad door de site die de E.U. werknemers gezwind tot bij de luchthaven brengt. Ook hier: ga er voor.  Bij deze suggereren we een aanvulling: in plaats van met de fiets af te slagen richting luchthaven kan je het langs de sporen ook doortrekken richting Haren en zo naar het station van Vilvoorde. Een stuk van dit fietspad werd al geopperd tijdens de plannen voor de bouw van de geplande gevangenis in Haren en een ander deel zien we terugkomen in Metropolitan Landscapes.

 

Lees het Territoriaal Ontwikkelingsplan Noordrand vooral zelf via http://www.ruimtevlaanderen.be/topnoordrand/consultatie en geef door wat jij echt graag zou gerealiseerd zien.

Steyn Van Assche, stafmedewerker stedenbouw

[1] Brussel Stedelijke Ontwikkeling, Departement Ruimte Vlaanderen,  de Provincie Vlaams Brabant en OVAM