Hij is er!

Hij, of liever het, is publiek consulteerbaar: het lang aangekondigde Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling (GPDO). Jawel, dat fameuze plan dat de krijtlijnen moet uitzetten voor denabije en verre toekomst van het Brussels Gewest (2020-2040)

 

Met het plan voor duurzame ontwikkeling legt de regering een soort blauwdruk op tafel voor de volgende regeringsonderhandelingen. Belangrijk: voor het eerst zijn er stappen om het bestuur van onze stad te verbeteren. Maar het blijft voornamelijk een analyse met vrijblijvende verklaringen. We kijken vol verwachting naar de volgende regering en hoe zij dit plan zal uitvoeren.

Hij, of liever het, is publiek consulteerbaar: het lang aangekondigde Gewestelijk Plan voor Duurzame ontwikkeling (GPDO).  Jawel, dat fameuze plan dat de krijtlijnen moet uitzetten voor de nabije en verre toekomst van het Brussels Gewest (2020-2040).
Zoals we voorspelden, wordt het echte openbaar onderzoek en dus ook de goedkeuring over de verkiezingen getild. Afhankelijk van de samenstelling van de nieuwe regering zal het plan dus nog in meer of mindere mate worden herschreven.
‘Waarom er dan nog woorden aan vuil maken,’  horen we jullie zuchten.  Omdat we een aantal zaken bewaard of veranderd willen zien. En omdat we het onderbelichte luik ‘governance’ – eenvoudiger gezegd: beter bestuur – stevig in de zon willen zetten. Om te wijzen op het belang ervan én verbeteringen te suggereren. Want we weten ondertussen dat Brussel goed is in het maken van plannen maar zeer slecht in het uitvoeren ervan.

beter bestuur

Bral is blij dat de regering zich bewust is van de versnippering en de soms mank lopende organisatie van onze hoofdstad. Voor het eerst is er een apart hoofdstuk(je) governance met daarin enkele concrete hervormingen.  Zo kondigt het gewest meer beheerscontracten aan met instellingen van openbaar nut en met andere overheden. Daardoor zullen die explicieter gebonden zijn aan het behalen van (gewestelijke) doelstellingen. Daarmee bouwt de regering verder op de 6de  staatshervorming die de relatie tussen de gemeenten en het gewest al stevig hertekende.  
Nog interessanter wordt het wanneer het GPDO komt met interne hervormingen van de gewestelijke administraties en aanverwante organisaties. Een kwestie van het eigen huis op orde te zetten vooraleer men anderen het hof maakt.
Maar niet al die interne veranderingen zijn concreet. We lezen vooral veel juiste analyses en goede intenties maar vaak volgt daarna dat bepaalde pistes verder moeten worden bestudeerd. Wél concreet wordt het wanneer het gaat over planning en economie. Alle gewestelijke  diensten & actoren die daar nu mee te maken hebben, worden ondergebracht in respectievelijk  een  territoriaal en een economisch platform.  Muy bien, de herstructurering van een aantal bestaande diensten om ze beter te laten samenwerken is noodzakelijk. We kijken even van nabij naar het territoriaal platform.

territoriaal platform voor dummies

Het territoriaal platform krijgt een luik  ‘analyse en planning’ en een operationeel luik. Kort door de bocht: de ene maakt de plannen en de andere probeert ze te realiseren. Klinkt zeer logisch maar achter dit eenvoudige schema schuilt een zware interne herstructurering van mensen en middelen.

Verrassend: de wil om via een vernieuwd autonoom overheidsbedrijf nu ook zélf strategische projecten/zones  te ontwikkelen.  Ambitieus! Hopelijk is er geld om ervaring en expertise in te kopen.

belangrijkste spelverdeler

De strategische planning lijkt het cruciale onderdeel. De cellen 'GPDO', 'participatie' en 'richtschema’s' ontmoeten elkaar daar.  De volgende richtschema’s en de invulling van de nieuwe ondernemingsgebieden in stedelijke omgeving moeten daar vorm krijgen. Het is ook dé link met het operationeel platform. Maar we blijven op onze honger zitten wat betreft de linken naar de uitvoering. Idealiter bewaken de mensen van strategische planning ook de kwaliteit van de uitvoering want daar loopt het nog vaak fout. Maar de operationele dienst wordt geen administratie maar een overheidsbedrijf. En diensten met verschillende structuren werken vaak moeilijk samen. Een wettelijk kader moet duidelijkheid scheppen.

lakmoesproef

Zou het territoriaal platform een debacle als de Ninoofsepoort -  één van die dossiers die wel gevloerd lijken door hun complexiteit - vermijden? We twijfelen eraan. Deze hervorming heeft zeker potentiële efficiëntiewinst maar lost de versnippering van verantwoordelijkheden niet op. We bespeuren om te beginnen een weelde aan subplatformen en we lezen niets over linken met  Mobiel Brussel , Leefmilieu Brussel of de andere - nog op richten - ‘platformen’. De noodzakelijke samenwerking om een project tot een goed einde te brengen is dus niet gegarandeerd. Moge het 'Draaiboek Complexe Stadsprojecten' van het Kenniscentrum Vlaamse Steden de opstellers van het definitieve GPDO inspireren.

Steyn Van Assche en Hilde Geens

stafmedewerkers stedenbouw