"Verse lucht voor democratie"

Veel debat over onze democratie en dus doet BRAL mee. In een opiniestuk voor De Standaard (24/9) schrijft Piet Van Meerbeek dat we ons niet moeten blindstaren op het parlement.

Eindelijk weer debat over democratische besluitvorming! Dat werd tijd want het gaat niet goed met onze democratie. Stefaan Rummens heeft zeker een punt als hij het gemediatiseerde politieke theater in verdediging neemt. Burgers kunnen inderdaad druk uitoefenen op de besluitvorming dankzij die aandacht van de media. Maar maakt het parlementair debat ons besluitvormingsproces ook zichtbaar, zoals hij beweert? Neen, het is al lang niet meer in het parlement dat beslissingen vallen.

Volgens stadsbeweging BRAL, al 4 decennia lang betrokken bij verschillende besluitvormingsprocessen in Brussel, moeten we op zoek naar andere mechanismen om de democratie te verrijken. 

Ook het idee van loting focust erg sterk op vernieuwing van het parlementair debat. Alleen zou loting niks veranderen aan die duizenden kleine ingrepen die onze samenleving maken: dat voorsukkelend besuitvormingsproces van interkabinetten, ambtenaren, milieu-effectenrapporten en raad van state… Als we het debat over die paar grote gemediatiseerde dossiers kunnen verbeteren, zou dat goed zijn maar we mogen het belang er van niet overschatten.

Volgens stadsbeweging BRAL, al 4 decennia lang betrokken bij verschillende besluitvormingsprocessen in Brussel, moeten we op zoek naar andere mechanismen om de democratie te verrijken. En die vernieuwing moet voldoen aan een drietal criteria:  ten eerste moet ze een cultuur van transparantie en tegenspraak bevorderen. Eisen van het middenveld dat het zich ver houdt van politiserende acties, werkt bijvoorbeeld averechts. We hebben net meer verenigingen nodig die investeren in politiek bewustzijn.

Ten tweede moet de vernieuwing alle mensen kansen geven om hun samenleving mee vorm te geven. Democratie behelst immers dat je levensloop niet boven je hoofd bepaald wordt door anderen. Het is je goed recht om geen gebruik te maken van die mogelijkheid tot participatie, maar wie wil deelnemen aan het maken van de maatschappij krijgt daar idealiter de mogelijkheid toe. Loting schiet ook op dat vlak tekort. Rummens heeft overschot van gelijk dat niet-gelote burgers nog meer in de kou blijven staan in zo’n systeem. Wel moeten we investeren in acties die minder mondige burgers stimuleren om ook gebruik te maken van die nieuwe wegen. Daar komt het middenveld weer op de proppen.

Die kansen moet je niet alleen verstaan in de zin van inspraak aan beleidsplannen of wetten. Het besluitvormingsproces stopt immers niet zodra een plan of een wet af is. In de uitvoering verandert nog heel veel.

Ten slotte stimuleert een goed democratisch systeem de gemeenschapsvorming en het sociaal kapitaal. Een goede democratie betrekt burgers niet alleen als individuen maar ook als lid van een groepering. Het is voldoende aangetoond dat de kwaliteit van het verenigingsleven en van de sociale verbanden in een gemeenschap belangrijk zijn voor een maatschappij.

Zo’n nieuw soort overheid zou zich niet druk maken als vrijwilligers beter in staat blijken om opvang te voorzien aan vluchtelingen, zoals nu gebeurt in het Maximiliaanpark, maar zou die vrijwilligersorganisatie als partner beschouwen en steunen. Ze zou middelen of lokalen ter beschikking stellen. 

Het voorstel van Huyse om een soort politieke bemiddelaar in het leven te roepen om overheid, bedrijven en actiegroepen dichter bij elkaar te brengen, beantwoordt op het eerste zicht aan deze criteria. Het sluit niemand uit en aanvaardt het gegeven dat mensen zich groeperen om op de samenleving te wegen. Dat is goed. En als het goed zit, probeert zo’n bemiddelaar de tegenspraak niet dood te trappen maar uit de tegenspraak verrijking te creëren. Alleen: als de overheid blijft staan op het ‘primaat van de politiek’ is de speelruimte van zo’n bemiddelaar heel beperkt. We hebben al meermaals een overheid gezien die een instelling het veld opstuurt in zo’n ‘libero’-functie maar vaak blijkt die toch met handen en voeten gebonden aan de betrokken minister of schepencollege.

Wat we nodig hebben, is niet meer en niet minder dan een nieuwe politieke cultuur. Eentje waarbij de overheid het niet als haar alleenrecht beschouwt om de samenleving te besturen, beleidsplannen te maken én ze ook uit te voeren maar waarbij de overheid zichzelf een nieuwe rol toebedeelt: bemiddelaar, katalysator en facilitator voor anderen. Dat is niet alleen democratischer maar ook efficiënter: de overheid mist vandaag de bestuurskracht om de samenleving alleen vorm te geven. Tel maar eens na op je vingers: alle grote projecten en hervormingen die onze diverse regeringen voeren, lopen in het slop. Veel processen zouden een pak sneller en goedkoper verlopen als ngo’s of burgerbewegingen meer betrokken werden of zelfs helemaal aan het roer stonden. Zo’n nieuw soort overheid zou zich niet druk maken als vrijwilligers beter in staat blijken om opvang te voorzien aan vluchtelingen, zoals nu gebeurt in het Maximiliaanpark, maar zou die vrijwilligersorganisatie als partner beschouwen en steunen. Ze zou middelen of lokalen ter beschikking stellen. Ze zou middenveldinitiatieven die ze subsidieert, niet plat walsen met al te rigide en wereldvreemde eisen en bureaucratische rompslomp, zoals vandaag vaak het geval is. Ze zou burgerinitiatieven ook stimuleren, bijvoorbeeld via een projectoproep.

We hebben al een slogan klaar voor die nieuwe regeringsleiders: laat duizend bloemen bloeien!

Piet Van Meerbeek, stafmedewerker BRAL 

Dit opiniestuk verscheen op 24 september 2015 in De Standaard.