Parkeren in Brussel: “Werkgeversorganisatie BECI doet aan rampenberichtgeving”

Persbericht

De Brusselse Raad voor het Leefmilieu Bral weerlegt de rampenberichtgeving  van de Brusselse werkgeversorganisatie BECI over het plan van de Brusselse Regering om 25.000 overmatige parkeerplaatsen in kantoorgebouwen een andere bestemming te geven. De “vernietiging van 750 miljoen euro aan waarde in immobiliën”, berekende BECI vlug.  Ook Bral maakt zich zorgen, maar vooral over de gezondheid van de Brusselaars en de leefbaarheid van de stad.

Bral wijst erop dat veel Brusselaars niet meteen de keuze hebben om te gaan wonen waar er minder autoverkeer is. Die gevolgen kan je wel uitdrukken in miljoenen euro, maar geef toe: een goede gezondheid iets is waar je pas écht van beseft dat ze onbetaalbaar is wanneer je ze kwijt bent. En dan zwijgen we nog over de vernietigende impact van de klimaatwijzigingen en de stijgende  CO2-uitstoot van het autoverkeer.

Waar gaat het over?

De Brusselse regering plant om op een progressieve manier een andere bestemming te geven aan  parkeerplaatsen in kantoorgebouwen. Parkeerplaatsen zouden op die manier ook ter beschikking kunnen worden gesteld aan bewoners. Volgens BECI een “opportunistische, onrechtvaardige en ondoeltreffende” maatregel. Ze eisen dat er eerst wordt geïnvesteerd in beter openbaar vervoer.

Wat BECI niet uitdrukkelijk herhaalt is dat het gaat om 25.000 parkeerplaatsen in kantoorgebouwen in de zones die in Brussel het beste bereikbaar zijn met het openbaar vervoer – zoals de Brusselse Vijfhoek binnen de kleine ring - en die volgens internationaal gehanteerde stedenbouwkundige normen overmatig zijn. Het is een over de hele wereld toegepaste en noodzakelijke maatregel om het autosolisme naar en in de stad te verminderen. Veel werknemers met een vaste parkeerplaats op de werkplaats gaan namelijk sowieso met de auto naar het werk gaan, vooral als ze een bedrijfswagen hebben.

Het plan van de Brusselse regering is een noodzakelijke maatregel die volgens Bral nog bescheiden blijft, doordat ze slechts zéér geleidelijk wordt ingevoerd. In de studie voor het Gewestlijke Mobiliteitsplan Iris II die het studiebureau STRATEC in 2006 voor het Gewest maakte, is een taks van 150 euro per jaar per parkeerplaats (door de werknemer te betalen) één van de maatregelen in elk van de bestudeerde scenario’s om erin te slagen de auto-druk te verminderen. Geen taks is dus geen optie, of het immobilisme blijft aanhouden

Tegen de herbestemming van de parkeerplaatsen in kantoorgebouwen voert BECI in dat de bereikbaarheid met en de capaciteit van het openbaar vervoer niet voldoende is. Er  is ook kritiek op de optie om een heffing te betalen, als bedrijven hun overmatige parkeerplaatsen willen behouden.

Pleiten voor overcapaciteit

Het plan van de regering gaat over kantoorgebouwen in de zone met het beste openbaar vervoer van het land (een “A-zone”).  Volgens een recent onderzoek van VAB zijn bedrijven in een “A-zone” voor werknemers die in een stedelijke context wonen 100% bereikbaar met het openbaar vervoer, en zelfs voor werknemers die landelijk wonen is dit nog 80%.

Het is in deze belangrijk om te herhalen dat de capaciteitsproblemen op het openbaar vervoer van en naar Brussel zich voordoen tijdens de spitsuren. BECI eist daarom van de overheid ook nog dat ze erg dure investeringen doet om de piekcapaciteit van het openbaar vervoer drastisch te verhogen. Nochtans is het verhogen van piekcapaciteit economisch niet interessant, aangezien dit een overcapaciteit creëert buiten te piekuren. De werkgevers kunnen daarom hun verantwoordelijkheid nemen door flexibele werktijden aan te beiden en zo de piekuren te milderen. Het probleem bij de wortel aanpakken in plaats van symptomen te bestrijden dus.

BECI heeft wel een punt met haar kritiek op de optie om de parkeerplaatsen te behouden, als er maar een heffing betaald wordt. Dat is een toepassing van het ‘de vervuiler betaalt-principe: de bedoeling kan niet zijn om te betalen en verder te vervuilen, de bedoeling is om de vervuiling een halt toe te roepen. Ook Bral pleit voor het afschaffen van deze optie.

Brusselse werkgevers in verspreide slagorde over Brussel

Met haar verzet tegen dit plan profileert BECI zich niet zozeer als de belangenorganisatie van de “Brussels business”, maar wél als voorvechter van “Business as Usual”, die het offensief verklaart aan de verandering. BECI doet liever aan doemdenken, in plaats van intellectueel eerlijke en economisch haalbare alternatieven naar voren te schuiven. 

Nochtans kennen we BECI op andere momenten als een meer progressieve werkgeversorganisatie, die zich bewust is van het feit dat het concurrentievoordeel van de stad in de densiteit ligt, in nabijheid en de bereikbaarheid met vervoerswijzen die minder ruimte verslindend zijn dan de auto.  We kennen BECI ook als de enige kamer van koophandel die voorstelt om wonen in de stad fiscaal voordeliger te maken. En er zijn verscheidene grote bedrijven in Brussel die zélf reeds initiatieven namen om het aantal parkeerplaatsen voor werknemers te beperken.

Het recente offensief van BECI staat in tegenstelling is tot de eerdere voorstellen die de organisatie deed om het wonen in de stad te promoten. We kunnen de frontale aanval van BECI dan ook alleen maar interpreteren als een bewijs dat de belangenorganisatie geen monolithisch blok is, en dat er intern ook tegenstrijdige belangen spelen. Blijkbaar heeft bij BECI niet iedereen een hart voor de stad.

Dat UCM (Union des Classes Moyennes), de Franstalige belangenorganisatie van de middenstand, het plan van de regering wél goed onthaalt, illustreert dit. Niet alle werkgeversorganisaties zien de toekomst van Brussel zo pessimistisch in en aanvaarden dat het herbestemmen van de parkeerplaatsen in kantoorgebouwen wél  een positieve impact op de lokale Brusselse mobiliteit, economie én leefbaarheid kan hebben.

Jeroen Verhoeven | www.bralvzw.be
stafmedewerker mobiliteit
| Zaterdagplein 13 – 1000 Brussel |
| T 02 217 56 33 | M 0477 46 31 81 |