Analyse: Territoriaal Platform

Stedenbouw & planning staan hoog op de agenda van de nieuwe regering. Kers op de taart moet de oprichting worden van het Territoriaal Platform. Een dertigtal diensten en administraties  met een vaak verschillende structuur worden samengevoegd tot  één  ‘platform’ dat  analyseert, plant én uitvoert. Doel: efficiënter plannen maken en ze ook nog eens uitgevoerd krijgen. Alvast een flink voornemen. Hoe dat allemaal concreet moet werken, is echter nog niet geweten. In nood kent men echter zijn vrienden .

Toen de regering Rudi II nog in de steigers stond, stuurden we  de onderhandelende partijen alvast al een  nota met daarin onze bezorgdheden en concrete  ideeën over de werking van  zo’n platform. Niemand heeft er baat bij dat grotere en  complexe projecten in de soep blijven draaien. En dus is het in ieders belang dat dit platform écht het verschil kan maken.

Ondertussen zijn we vier maanden verder en stemde de regering al een eerste keer de ordonnanties over de oprichting van het Territoriaal Platform. We weten dus al iets meer. De namen van de 2 subdelen bijvoorbeeld.  Zo zal  alles wat met analyse en planning te maken heeft onderdak vinden in het Brussels Planningsbureau (BPB, of le Bureau Bruxellois de la Planification BBP). Die plannen uitgevoerd krijgen wordt dan weer de verantwoordelijkheid van de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting (MSI, of la Société d’Aménagement Urbaine, SAU).

Belangrijker:  we lazen dat ook Leefmilieu Brussel en Mobiel Brussel  bij de werking van het Planningsbureau worden betrokken. Je kan nu eenmaal moeilijk een project uittekenen zonder  goede afspraken rond openbaar vervoer en groen. Een goed principe dus. We weten wel niet hoe Leefmilieu Brussel en Mobiel Brussel bij de werking van het Planningsbureau worden betrokken. Gaat het over structurele samenwerking of een overheveling van mensen en middelen? We weten het niet. We weten wèl dat het Planningsbureau niet het zoveelste log insrument mag worden.

Daarnaast deelt de regering onze analyse dat ook sommige van de nieuwe ‘wijkcontracten XXL’ ook complexe stadsprojecten zijn waarin veel partners elkaar voor de voeten kunnen lopen. Met andere woorden dat ook zij nood hebben aan de nodige coördinatie en regie.

We kennen nu ook de statuten van het Platform. Het Planningsbureau wordt een ‘parastatale (type B)’. Zonder op de details in te gaan wil dit zeggen dat het geen deel van administratie zal zijn maar rechtstreeks onder de hoede/voogdij van de Minister-President hemzelve zal komen. En dat het Planningsbureau verantwoording zal moeten afleggen aan een beheerscomité met daarin héél de regering en niet enkel de specifieke vakminister. Een stap vooruit wat betreft transversaliteit, maar de transparantie en democratische controle blijft een uitdaging. Deze bezorgdheid is echter nog pertinenter bij de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting.

Dat wordt een ‘naamloze vennootschap van publiek recht’, zoals ook BPost en de NMBS. Met dit statuut zal de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting zich vrijer op de markt kunnen begeven dan een administratie. Maar het  houdt wel het gevaar in zich een eigengereide  ‘staat in een staat’ te creëren. 

In grote lijnen zal het Planningsbureau instaan voor de planning van bijvoorbeeld de richtschema’s voor grote gebieden en moet de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting dat daarna in concrete projecten uitvoeren.

De Maatschappij voor Stedelijke Inrichting moet bij de realisatie van een project soepel kunnen omgaan met wat het Planningsbureau plande – er gebeurt al eens iets dat niet gepland kan worden – maar dit moet dan wel gebeuren in overleg met  het Planningsbureau. Met ander woorden, ze moeten binnen hun vennootschap geen eigen plandienst gaan creëren. Duidelijke afspraken  - en die kunnen variëren van project tot project -  tussen de twee luiken van het territoriaal platform zijn dan ook essentieel.

Au fond blijven we echter met dezelfde vragen zitten als 4 maanden geleden. De ontwerp ordonnanties gaan over de oprichting zelf, maar staan nog niet stil bij de werking van het Territoriaal Platform. Momenteel is dat Platform dus eigenlijk nog een lege doos die heel veel kanten op kan. Ten goede en ten kwade.

Zo weten we bv nog niet of er zowel op plannings- als uitvoeringsniveau plaats zal zijn voor een echte projectregie. Of hoe planning en uitvoering zich tot elkaar zullen verhouden. En we weten nu wel dat het Plannningsbureau  de participatie moet organiseren, maar wat zal de plaats zijn van de particpatie in het planningsproces? Kortom, onze nota (als bijlage) is actueler dan ooit. Wie graag eerst even opwarmt kan dat alvast even doen aan het ‘Territoriaal platform voor dummies’.

Wij wensen de regering alvast een goede transitiemanager om de reorganisatie van al die diensten in goede banen te leiden.

Steyn Van Assche
Hilde Geens

Stafmedewerkers stedenbouw