Bral: “Dieselverbod in Brussel bij smogalarm”

Persbericht

“Een piek, die pak ik aan”. Met die slogan maakte het Brussels Gewest Pollutiepiekplan bekend,  het Brussels urgentieplan voor luchtvervuiling. Voor Bral schort er wat aan die aanpak van het Brussels Gewest. “Het plan treedt pas in werking als de Europese normen al overschreden zijn, en richt zich niet specifiek op de dieselwagens, nochtans de grootste boosdoener”, zegt Piet Van Meerbeek van Bral.

De concentraties fijn stof en stikstofdioxiden kosten elke Belg gemiddeld meer dan een jaar levensverwachting. Bovendien hangen ons hoge boetes boven het hoofd omdat we de Europese normen voor deze polluenten overschrijden. Het gewestelijke ‘Pollutiepiekplan’ laat niet toe om die normen te halen” zegt Piet Van Meerbeek

Drempelwaarden veel te hoog

Het urgentieplan werkt met 3 fases. Fase 1 gaat van start bij 70 microgram fijn stof per m³ en voorziet enkel in informatie en lagere snelheidslimieten annex controle. Bij fase 2 komt het fameuze alternerend rijden van stal. De helft van het wagenpark krijgt dan een rijverbod, afwisselend even en oneven nummerplaten. Dit is een meer gespierde maatregel maar ze treedt pas in werking bij 101 microgram, een drempel die we maar eens in de 3 jaar zouden bereiken. Fase 3 ten slotte bestaat uit een totaal rijverbod maar doet zich wellicht nooit voor.

Bral verbaast zich al jaren over de keuze van de drempelwaarden. Piet Van Meerbeek: “Het kan toch niet dat Europa 50 microgram als mikpunt oplegt (maximaal 35 overschrijdingsdagen per jaar) maar dat wij vanaf 70 nog maar alleen beginnen met info en vertraagd verkeer? En dat er pas vanaf het dubbele van de Europese drempel een interventie komt in de hoevéélheid verkeer? Het is duidelijk dat die ingreep veel te laat komt. Zowel om de volksgezondheid te beschermen als om de boetes te vermijden.”

De vraag is ook hoe effectief de maatregelen zijn. Leefmilieu Brussel (BIM) en de Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu (IRCEL) verwachten dat de verkeersemissies in het Brussels gewest met 40% dalen bij alternerend rijden. De concentraties van dieselroet (black carbon of elementair koolstof, een gevaarlijk onderdeel van fijn stof) dalen navenant en dat is bijzonder belangrijk voor de volksgezondheid. De concentratie stikstofdioxide daalt met 21%. Ook niet slecht.

Het grote probleem zit hem in de concentraties PM10 of fijn stof. Vermits het lokale verkeer niet de enige bron is van dit PM10, zouden de concentraties maar 8% dalen. Op plaatsen met veel verkeer tot 15%. “Omdat de maatregel pas in werking treedt bij 101 microgram, is het duidelijk dat een daling van die grootteorde totaal onvoldoende is om de Europese normen te halen”, zegt Van Meerbeek. "In zo'n situatie moeten de concentraties meer dan halveren!"

Speerwerpen met de ogen toe

Daarom vraagt Bral snel een herziening van het Pollutiepiekplan. Daarin moeten ten eerste de drempels naar beneden. De eerste drempel komt best op zo'n 40 microgram te liggen. Info en snelheidsverlaging kunnen dan nog helpen om de kaap van de 50 microgram te vermijden. Bereiken we toch die drempel van 50, dan moet fase 2 ingaan.

Een fase 3 is zelfs niet meer nodig als we in fase 2 een maatregel nemen die echt efficiënt is. “Rekenen op alternerend rijden, is als speerwerpen met je ogen toe”, zegt Van Meerbeek. “Het treft mensen die niet bijdragen tot de concentraties. De maatregel zou immers de helft van de benzinewagens van de weg halen terwijl die bijna geen PM10 of NO2 uitstoten. Anderzijds zou de maatregel de helft van de diesels gewoon laten rijden terwijl zij verantwoordelijk zijn voor het leeuwendeel van de emissies. De inefficiëntie en onrechtvaardigheid van het alternerend rijden is zo frappant dat de regering er begin dit jaar vanaf zag de maatregel in werking te stellen hoewel fase 2 op een gegeven moment bereikt was.” Bij fase 2 moet voor Bral dus een rijverbod voor diesels worden ingevoerd. De benzinewagens mogen dan gewoon blijven rijden.

“Een rijverbod voor diesels zou een bijzonder grote impact hebben op de volksgezondheid. Met het semi-structurele karakter dat gepaard gaat met de drempel van 50 microgram kan het ons bovendien behoeden voor overtreding van de Europese norm voor fijn stof en dus voor hoge boetes. Het is waarschijnlijk de enige maatregel die dat op korte termijn kan verwezenlijken. De ingrepen die voorzien zijn in het gewestelijk mobiliteitsplan Iris II zullen nog jaren op zich doen wachten en zullen zelfs onvoldoende zijn”, aldus Van Meerbeek.


Contact :

Piet Van Meerbeek
stafmedewerker milieu
M 0478 999 707

Jeroen Verhoeven
stafmedewerker mobiliteit
M 0477 46 31 81

Brusselse Raad voor het Leefmilieu vzw
T02 217 56 33
Zaterdagplein 13 – 1000 Brussel
www.bralvzw.be