GPDO misbruikt voor institutionele agenda

Na een lange windstilte kwam het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling (PGDO) in februari plots in het oog van de storm terecht. Aanleiding: minister-president Charles Piqué stelt op het onverwachtse enkele grote lijnen (en afbeeldingen) van het plan aan de pers voor. Ontevreden gegrom uit verschillende hoeken.

Het gegrom had vooral te maken met de inhoud en ook met het feit dat er binnen de regering eigenlijk nog geen akkoord bestond over wat Piqué wereldkundig maakte. Zonder te beschikken over de eigenlijke teksten sprongen media en opiniemakers hierop en werd de discussie alras vernauwd tot de mogelijke oprichting van 6 zogezegde “supergemeenten”.

Een zéér spijtige zaak. Ten eerste omdat het GPDO NIET gaat over de institutionele hervorming van Brussel, hoe noodzakelijk deze ook zijn. Goed of slecht, dit soort voorstellen hadden we in de conclusies van de daarvoor opgerichte parlementaire werkgroep verwacht. Maar dat gebeurde niet.

Parlement noch regering raken er uit. En de tijd tikt. Het lijkt er dan ook sterk op dat de vroegtijdige coming out van het GPDO meer van doen heeft met institutionele - en dus communautaire - profileringsdruk dan met iets anders.  Moge de rust snel terugkeren,  want een goed GPDO is van groot belang voor dit Gewest.

Het GPDO is namelijk niet minder dan de moeder aller plannen. Ze tekent de toekomst van Brussel uit op middellange termijn en is hét referentiedocument voor alle andere plannen op alle niveaus. Normaliter is het dus een visionair en voluntaristisch plan van de hele regering. Over alle bevoegdheden heen.

Gelieve dus geen politieke spelletjes meer te spelen op de kap van het GPDO. Wat Bral betreft:  wij zullen inhoudelijk reageren wanneer dat relevant is, wanneer we de eigenlijke tekst in handen hebben.
 

Sarah Hollander

voorzitster BRAL