Jaarverslag 2008

Brussel bestaat dit jaar 20 jaar, maar zelfs na twee decennia zelfbestuur is de groeipijn nog altijd niet helemaal verdwenen. Ook in 2008 halen tegenstrijdige belangen en politiek gekibbel het nog te vaak van daadkrachtige beslissingen.

Bral is van nature positief ingesteld maar stoort zich dagelijks wel luidop aan dit, laat ons eerlijk zijn, georganiseerd gerommel. We gaan dit jaar op zoek naar een instrument om een en ander mee te meten. Waar loopt het goed? Waar loopt het verkeerd? Wat zijn de oorzaken? Wie is betrokken partij? Resultaat: ons eigenste Observatorium Hokjesdenken.

In dit ‘observatorium’ houden wij stafmedewerkers op een gestructureerde manier bij wat er allemaal gesaucisonneerd wordt of gewoon verkeerd of loopt in Brussel. Iemand moet het doen. Onder saucissonage verstaan wij: het geografisch of thematisch opdelen van een project in verschillende delen, om ze zo makkelijker te laten goedkeuren. Dit is natuurlijk vaak het gevolg van een gebrekkige coördinatie. We beperken ons tot onze kernthema’s: stedenbouw, mobiliteit en duurzame ontwikkeling. Let wel: we geven ook goede punten aan de projecten en dossiers waar we trots op durven zijn.

Ons observatorium is dus een ideale manier om op de verwezenlijkingen en de tekortkomingen van het voorbije jaar terug te kijken. Het instrument zal volgens ons ook de komende jaren zijn nut bewijzen. We ontwaren nu al enkele rode draden.

Op vlak van mobiliteit is het al saucissonage wat de klok slaat. Er is de klassieke bevoegdheidsversnippering tussen gewest en gemeenten, die een krachtdadig mobiliteitsbeleid in de weg staan. Als er dan toch een gewestelijk wil is om de zaken beter de coördineren liggen de (vaak MR-) gemeenten dwars. De voorbeelden zijn legio: de saga rond de parkeerordonnantie; nieuwe wijken worden ontwikkeld zonder eerst een aansluiting met het openbaar vervoer; in het nieuwe mobiliteitsplan IRIS 2 komen De Lijn en TEC niet voor; Brussel plant 16.000 transitparkeerplaatsen op een zucht van het centrum en houdt daarbij geen rekening met de plannen van Infrabel of van het Vlaams Gewest. En zo kunnen we nog even doorgaan.

Bij stedenbouw valt hetzelfde gebrek aan coördinatie meteen op. In de grote dossiers rond de ontwikkelingen van de site van Thurn & Taxis en het Rijksadministratief Centrum, zijn de privépromotoren zowel Stad Brussel als het Gewest te snel af. Bestemmingsplannen raken niet op tijd af en promotoren laten de niet verordenende richtschema’s links liggen wanneer het hen uitkomt. Ook de Bouwmeester, al in de beleidsverklaring van 2004 aangekondigd als ‘redder des Brussels architecturaal landschap’, wordt er op het einde van de legislatuur nog snel doorgedraaid. Veel te laat, want wat als de volgende regering de Bouwmeester niet goedgezind is?

Ook op vlak van milieu en duurzame ontwikkeling, kunnen we niet altijd van een successtory spreken. Het is bijvoorbeeld moeilijk te begrijpen dat het nieuwe afvalplan geen hoofdstuk ‘Netheid’ heeft. Alsof een blikje op straat of sluikstort geen afval is. Of wacht dat je van deze: de Brusselse ministers van Mobiliteit en Leefmilieu kondigen trots een resem maatregelen aan die zullen worden genomen in Brussel bij smogalarm. Maar ze vergeten contact op te nemen met de NMBS, die toch graag zou weten wat de gevolgen zijn als op een dag enkel automobilisten met een even of oneven nummerplaat de trein zouden nemen. Al moeten we zeggen – afsluiten doen we graag met een positieve noot – dat de twee laatstgenoemde kabinetten op veel vlakken wel goed hebben samengewerkt.

Brussel is 20 geworden maar pubert dus nog altijd een beetje. En van pubers weten we dat je ze beter wat kort houdt. Gelukkig is Bral er om deze waakhondfunctie te spelen.

Lees het jaarverslag in ISSUU-versie (klik op afbeelding hieronder):