Nieuwe parkings in centrum-Brussel: "nieuwe ambities, oude oplossingen"

Persbericht

Stadsorganisaties BRAL, IEB en ARAU verzetten zich met klem tegen de creatie van nieuwe parkings in het centrum van de stad. De Stad Brussel moet aandringen bij Gewest om harde en concrete maatregelen te nemen om overal en altijd in het gewest de autodruk te verminderen. Ze moeten samen naar échte en creatieve oplossingen zoeken voor de mobiliteitsproblemen. Openbaar vervoer en de actieve modi (fietsers, voetgangers, ...) moeten daarbij altijd voorrang krijgen.

Een globaal beheer en een duidelijk stappenplan dringt zich op. Dat de burgemeester van de Stad Brussel Yvan Mayeur enkele weken geleden op de kick-off van de participatie over de heraanleg nog publiekelijk communiceerde dat er ‘maar 3 nieuwe extra parkings’ (Beursgebouw, 29 september 2014) worden gepland, versterkt alleen het vermoeden dat de noodzakelijke regierol in dit dossier ontbreekt.

De Stad Brussel blijft het wetenschappelijke bewezen fenomeen ontkennen dat extra parkings meer autoverkeer gaan aanzuigen. De ontwikkeling van de nieuwe en grotere voetgangerszone op de centrale lanen moet samengaan met concrete ambities voor meer en efficiënter openbaar vervoer en snellere fietsverbindingen. Maar de stad hanteert een andere logica: « d'abord la voiture, et ensuite les transports en commun et les vélos ». Dit gaat in tegen de maatregelen die vandaag genomen worden in Brussel en in andere Europese steden, die willen breken met het verleden. We dachten eindelijk af te zijn van het idee om de privéauto vrije baan te geven?  Maar Stad Brussel blijft vasthouden aan dit geloof en keert terug naar ideeën van de jaren 60-70, toen nieuwe openbare parkings als paddenstoelen uit de grond schoten ten voordele van privé-investeerders. Schepen Els Ampe brengt deze 50 jaar oude visie opnieuw tot leven.

Parkeerbeleid moet gebruikt worden als een hefboom om de autodruk in de Vijfhoek te verminderen. De 34 bestaande parkings in de Vijfhoek zijn onderbenut (bezettingsgraad van 60%). In plaats van hier creatief mee om te springen, kiest de stad voor een oplossing die er geen is. Zeggen dat het aanbod parkeerplaatsen in de Vijfhoek te laag is, is de waarheid kwaad aandoen: het aantal parkeerplaatsen per inwoner en arbeidsplaats is vandaag in Brussel al veel hoger dan in bijvoorbeeld Lyon, Bazel, Geneve en verschillende andere steden, waar het gebruik van het openbaar vervoer veel hoger ligt. Waarom zo halsstarrig blijven vasthouden het aantal bestaande parkeerplaatsen (bovengronds en ondergronds)?


 

La Ville entend réduire le trafic de transit dans la zone piétonne  mais aussi  renforcer l’attractivité de la zone depuis tout le pays pour le commerce, le tourisme et l’événementiel. Ce qui est l’exception : l’afflux de voitures pour Plaisir d’hiver ou les soldes,  risque de devenir la règle et pénaliser ainsi  tous les habitants situés entre le futur « petit ring » et l’actuelle petite ceinture.

BRAL, ARAU en IEB vragen aan de Stad om de principes van het collegebesluit van januari 2014 (‘Een nieuw hart voor Brussel’) te herzien. De doelstelling van dit plan moet expliciet zijn om het aantal auto’s in het centrum drastisch te verminderen en moet rekening houden met wat de bewoners nodig hebben: beter levenskwaliteit, gezondere lucht, meer en efficiënter openbaar vervoer en meer kwaliteitsvolle publieke ruimte. Het Iris-II-mobiliteitsplan en de mobiliteitsordonnantie van het Gewest verplichten de Stad trouwens om de autodruk te verminderen.

De Stad Brussel moet bij het Gewest aandringen voor een drastische vermindering van het transit- en het bestemmingsverkeer in de volledige Vijfhoek. Hiervoor zijn geen extra parkings nodig, maar wel en volwaardig openbaar vervoersaanbod.

BRAL: Joost Vandenbroele, joost@bral.brussels, 0473 85 35 37
ARAU: Isabelle Pauthier, i.pauthier@arau.org, 0477 33 03 78
IEB : Jérôme Matagne, jerome.matagne@ieb.be, 0485/750 421
Comité de quartier: Comité ter verdediging van de bewoners van Brussel-centrum : Jean-François Dumoulin, jfdumoulin@skynet.be, 0475 580 370 of Arthème Gliksman,  tel: 02 217 65 82